Bepaalde aangeboren hartafwijkingen worden gekenmerkt door een overmatige longdoorbloeding, als gevolg van niet restrictieve connecties tussen de hoge weerstand systeemcirculatie en de lage weerstand longcirculatie. Voorbeelden van dergelijke aandoeningen zijn het ventrikelseptumdefect en het functioneel univentriculair hart.

Wanneer om specifieke redenen ( anatomische factoren, prematuriteit, perinatale complicaties, …) een complete correctie van de hartaandoening onmogelijk of te riskant is, kan gekozen worden om deze overmatige longdoorbloeding op gecontroleerde wijze te beperken door een obstakel te vormen op het niveau van de longslagader.

Hierbij wordt via thoracale weg, een bandje aangelegd rondom deze longslagader, die progressief wordt vernauwd tot een mooi evenwicht wordt bereikt tussen de arteriele zuurstofverzadiging en de arteriele bloeddruk, terwijl de pulmonale druk significant verlaagt.

Deze operatie is een tijdelijke palliatieve optie die verder leven van het kind moet toelaten, zonder dat irreversiebele pulmonale hypertensie en congestief hartfalen zich ontwikkelen, en volledige correctie van de hartziekte later mogelijk maakt.