Diuretica zorgen ervoor dat er meer vocht uit de lichaam uitgescheiden wordt in de vorm van urine. De hoeveelheid vocht in de bloedbaan wordt verlaagd, waardoor de bloeddruk zakt en het hart minder kracht nodig heeft om te pompen. Tevens zorgen ze ervoor dat de longen minder vocht vasthouden.

Twee groepen diuretica worden gebruikt bij kinderen met hartproblemen: kaliumverliezende diuretica, zoals thiaziden (hydrochloorthiazide) en lisdiuretica (furosemide of Lasix) en de kaliumsparende diuretica (spironolactone of Aldactone). De meest voorkomende nevenwerkingen zijn electrolietstoornissen (natrium en kalium). Om de electrolieten op te volgen is bij hogere dosissen soms een bloedafname nodig.