Inleiding
De diagnose van een ernstige aangeboren
hartafwijking wordt meestal gesteld in de neonatale periode. Voor
jonge gezinnen betekent het nieuws een enorme psychologische
belasting. Vaak komt de tegenslag voor de ouders als een donderslag
bij heldere hemel. Bovendien kaderen deze cardiopathieën in vele
gevallen in een bredere problematiek van syndromale pathologie en zijn
er ook geassocieerde afwijkingen. In deze zeer emotionele periode
(blijheid om de geboorte van een kind, wanhoop om de ernstige ziekte
en spanning omwille van de geplande chirurgie) krijgen de ouders zeer
veel en vaak zeer moeilijke informatie te verwerken. Ondanks herhaalde
informatiegesprekken en aangepaste schematische tekeningen blijkt de
juiste kennis van het onderliggend hartlijden van hun kind later erg
beperkt of zelfs foutief.
De laatste jaren zijn de mogelijkheden van de
cardiochirurgie dramatisch toegenomen en de overgrote meerderheid van
de patiënten bereikt de volwassen leeftijd. Bovendien kan in vele
gevallen een volledige correctie van het hart worden bekomen en heeft
het kind geen functionele hinder van zijn hartlijden. In de praktijk
zien we dan ook dat de kennis van de ouders over het aanvankelijke
probleem verwatert. Behalve een jaarlijks bezoek aan de
kindercardioloog wordt er over de hartafwijking niet meer gesproken en
eens het kind de adolescentie heeft bereikt, weet het vaak zelf niet
wat er ooit aan de hand is geweest. Nochtans kan deze informatie erg
belangrijk zijn voor het volwassen leven (medische opvolging,
kinderwens,…)
Aangeboren hartafwijkingen zijn erg specifieke en
vaak gecompliceerde defecten die bij de doorsnee medicus en
paramedicus slechts oppervlakkig gekend zijn. Toch komen aangeboren
hartafwijkingen globaal bekeken voor bij ongeveer 1% van de
pasgeborenen. Correcte overdracht van gegevens naar andere
zorgverstrekkers die betrokken zijn bij de begeleiding van een kind
met aangeboren afwijkingen is dan ook een must.
Samenvattend is er dus een grote nood aan een
meer accurate vorm van informatieverstrekking en communicatie. Daarom
is er in het Centrum voor Aangeboren Hartafwijkingen
het project van het “Individuele Patiëntenpaspoort” opgestart. De
individuele patiënt en zijn ouders staan hierbij op de voorgrond. De
basis wordt gevormd door het Patiëntenpaspoort, een individueel
samengesteld boekje dat met de ouders wordt meegegeven en wordt
bijgevuld indien nodig.
<terug>