De heelkundige behandeling van coarctatio aortae bestaat erin het vernauwde deel van de grote lichaamsslagader weg te nemen en de continuïteit te herstellen. Deze ingreep wordt “coarctectomie” genoemd.

Heelkundige techniek

De operatie gebeurt via linker thoracotomie (kleine insnede in de linker borstkas onder de oksel). De linker long wordt voorzichtig opzij gehouden om het vernauwd segment op de aorta descendens te bereiken. Tijdens de procedure blijft het hart gewoon kloppen. Het betreft dus geen openhartoperatie

Het vernauwde segment wordt volledig vrijgemaakt, samen met de naburige delen van de aorta descendens. Na het toedienen van heparine, om het bloed tijdelijk minder stolbaar te maken, wordt de grote lichaams­slagader gedurende 10 à 15 minuten boven en onder de coarctatio afgeklemd. Het vernauwde segment (5 à 8 millimeter lang ) wordt er tussenuit geknipt en beide uiteinden worden via een doorlopende hechting “end-to-end” aan elkaar gehecht. Omdat het weefsel bij jonge kinderen erg soepel is, kan tot meer dan 1 cm weggenomen worden. Als de ductus arteriosus nog open is, wordt hij tegelijk afgebonden.

Prognose

Als de bloeddruk tijdens de procedure onder controle blijft, is het risico van de operatie laag. De eerste week na de operatie kan een verhoogde bloeddruk optreden, die soms met medicatie moet behandeld worden.

Indien de operatie kan gebeuren voor de leeftijd van 1,5 à 2 jaar, zijn er waarschijnlijk nog geen onomkeerbare veranderingen opgetreden in de structuur van de bloedvatwand. Er is dan weinig risico op blijvende hoge bloeddruk.

Indien de operatie pas op latere leeftijd wordt uitgevoerd (zoals vroeger vaak gebeurde), kan blijvende verdikking ontstaan in de bloedvatwand. Dit kan aanleiding geven tot blijvende hoge bloeddruk, ook indien het chirurgisch resultaat goed is. Er bestaat tevens een verhoogde kans op vroegtijdige hart- en vaatziekten (hartinfarct, hersen­trombose).

Bij zuigelingen die tijdens het eerste levensjaar geopereerd worden, kan “recoarctatio ” optreden door littekenvorming ter hoogte van de hechtingsplaats. Als behandeling wordt meestal een hartkatheterisatie met ballondilatatie uitgevoerd. Het stugge, vernauwde littekenweefsel wordt hierdoor opengerokken. Op volwassen leeftijd kan er ook een stent worden geplaatst.