De bedoeling van een chirurgische klepvervanging bestaat erin om de zieke klep te vervangen door een andere, goed functionerende klep. Geen enkele klep­prothese echter groeit mee met het kind zodat herhaalde klepvervangingen nodig zijn tijdens de groeiperiode. Bovendien heeft elke soort prothese zijn voor en nadelen.

 

Bioprothese

Bioprothesen kunnen zowel in aorta- als in pulmonalispositie worden gebruikt. Een bioprothese (weefselklep uit dierlijk weefsel) vertoont zeer snelle aftakeling en verkalking bij jonge kinderen (ze gaat kapot binnen enkele jaren). Klepvervangingen zijn dus onvermijdelijk. Het voordeel van deze kleppen is dat er geen antistollingsmiddelen noodzakelijk zijn.

 

Mechanische prothese

Een mechanische prothese (volledig uit kunststof gemaakt) vereist een levenslang gebruik van bloedverdunnende medica­tie, wat bij opgroeiende kinderen vaak moeilijk te regelen is en problemen van bloeding kan veroorzaken.

 

Homograft

Bij een homograft (menselijke donorklep) gaat de klepaftakeling wat trager dan bij een bioprothese, maar vervanging later door een grotere prothese blijft ook hier nodig.