Arterio-pulmonale shunt

Sommige aangeboren hartafwijkingen gaan gepaard met ernstige cyanose door een verminderde longdoorbloeding, als gevolg van anatomische of functionele obstakels van het rechter ventrikel uitstroomgebied.

Het concept om de arteriële zuurstofverzadiging bij deze aandoeningen te verbeteren door een verbinding (= shunt) aan te leggen tussen de systemische circulatie en de pulmonale circulatie, om aldus de longperfusie te bevorderen, werd ingeleid door Blalock en Taussig in 1945. Vandaar de naam “Blalock-Taussig shunt”.

BTshunt-T

Na verscheidene modificaties, bestaat dit eruit dat vanuit het arterieel uitstroomgebied (gewoonlijk de arteria subclavia, soms de truncus braciocephalicus) een connectie gecreëerd wordt met een vasculaire kunststofprothese naar de longslagadertakken.

blalock-taussig-shunt

Dit gebeurt langs een linker of rechter thoracale insnede, in functie van de anatomische gegevens.

Deze procedure is een gesloten hartingreep, waarbij de hart-longbypass machine niet nodig is.

In principe betreft het hier een tijdelijke palliatieve operatie, die de bedoeling heeft om de cyanose te behandelen alsook verder opgroeien van het kind toe te laten, tot in een latere fase een eventuele totale anatomische en/of fysiologische correctie van zijn hartafwijking kan overwogen worden.