Er zijn verschillende soorten pulmonale hypertensie. Kort samengevat heeft men een soort die gaat reageren op specifieke medicatie (pulmonaal arteriële hypertensie) en een soort die niet reageert op deze medicatie.

  • De soorten medicatie die een gunstig effect kunnen hebben bij patiënten met pulmonale hypertensie zijn calcium blokkers: deze werken goed bij patiënten met omkeerbare pulmonale hypertensie (dit wordt onderzocht tijdens hartkatheterisatie). Pulmonale hypertensie is omkeerbaar bij 20-30% van de kinderen met pulmonale arteriële hypertensie. De belangrijkste bijwerkingen zijn lage bloeddruk, trage hartslag en roodheid (flush).
  • Andere medicaties zijn voorbehouden voor de patiënten met niet reversiebele pulmonale hypertensie. Deze medicijnen werken meer gericht op de longbloedvaten, maar zijn vooral zeer duur. Het zijn zogenaamde weesgeneesmiddelen die enkel terugbetaald worden na goedkeuring van het dossier door het RIZIV.

Voorbeelden:

PDE-5 inhibitoren zoals Revatio: bijwerkingen: hoofdpijn en flush, maag- en darmproblemen, spierpijn, problemen met zicht

Endotheline antagonisten zoals Tracleer: vooral leveraantasting. Nieuwe medicatie zoals Opsumit geeft minder leveraantasting, maar kan zwelling geven van de voeten of bloedarmoede.

Prostaglandines: worden meestal enkel intraveneus toegediend (bv. Veletri) in een vergevorderd stadium van pulmonale hypertensie en geven vooral bijwerkingen ter hoogte van de verblijfskatheter, maar ook andere vervelende bijwerkingen zoals diarree, flush, hoofdpijn, kaakpijn, enZorgvuldig de gepaste dosis uitzoeken is niet altijd gemakkelijk. Wij hopen dat er binnenkort een alternatief komt dat langs de mond kan ingenomen worden (in onderzoek).