![]() |
||||||
|
de operatieIn de operatiezaal wordt het kind op een speciale tafel gelegd en verbonden met een monitor die hartritme, ademhaling, bloeddruk enz… controleert. Nadat het kind in slaap is gebracht worden verscheidene catheters aangebracht: infuuscatheters in de aders voor het toedienen van vloeistoffen en medicatie en drukcatheters voor het volgen van de bloeddruk. Eenmaal de voorbereiding achter de rug wordt de borstkas ontsmet en het lichaam met steriele doeken afgedekt. Daarna snijdt de chirurg de huid in: over het borstbeen bij een open hartoperatie, onder de oksel bij een gesloten hartoperatie (ductus, coarctatio, vasculaire ring, banding). De grootte van de insnede hangt af van het type operatie. Bij een openhartoperatie wordt het borstbeen doorgezaagd en gespreid zodat de chirurg onbelemmerd het hart kan bereiken. Verscheidene buisjes worden in de grote bloedvaten van het hart ingebracht zodat de hart-longmachine de werking van het hart kan overnemen. Sommige operaties worden op het kloppend hart uitgevoerd, bij andere dient het hart volledig stilgelegd. Tijdens deze procedure worden stoffen toegevoegd die het hart beschermen tegen zuurstoftekort (cardioplegie). Nadat de chirurg de hartafwijking hersteld heeft (sluiten opening; herstel klep,…) begint het hart opnieuw te kloppen en kan men de werking van de hart-longmachine geleidelijk verminderen en de machine uiteindelijk afkoppelen. Het borstbeen wordt terug gesloten. De huid wordt met een onderhuidse oplosbare draad toegenaaid. Na plaatsen van afvoerbuisjes (drains) voor tijdelijk bloedverlies en tijdelijke pacemakerdraden kan de borstkas opnieuw worden gesloten. Als de belangrijkste levensfuncties stabiel blijven (al dan niet dankzij ondersteunende medicatie) wordt het kind overgebracht naar de eenheid intensieve zorgen die zich onmiddellijk naast de operatiezaal bevindt.
|
|||||
|
||||||