onze dienst
hartafwijkingen
psychosociale

verloop van de catheterisatie

Afhankelijk van het soort onderzoek of behandeling wordt het patiëntje de dag vòòr - of de morgen van de catheterisatie opgenomen. Zeker als het patiëntje de morgen van de catheterisatie opgenomen wordt dient het sinds middernacht nuchter te zijn

Patiëntjes die de dag voor het onderzoek opgenomen werden, worden 's avonds door de anesthesist gezien. Er wordt eventueel een premedicatie voorgeschreven en de anesthesist kan een ruwe schatting geven wanneer het onderzoek zal doorgaan. Als er meerdere patiëntjes zijn beginnen we meestal met het jongste patiëntje. Een hartcatheterisatie duurt normaal tussen anderhalf en drie uur, dus een patiënt die als tweede geprogrammeerd staat kan ten vroegste rond 10u en als de eerste catheterisatie wat moeilijker verloopt zelfs pas rond de middag aan de beurt zijn. De ouders van een wachtend patiëntje kunnen steeds aan de verpleging vragen eens te informeren bij de cathzaal naar de stand van zaken.

Als een patiëntje aan de beurt is wordt er vanuit de cathzaal een telefoontje gegeven. Het patiëntje wordt van de kinderafdeling of van het dagverblijf naar de cathzaal gebracht samen met de ouders. Eenmaal daar aangekomen is er praktisch geen wachttijd meer. De ouders kunnen hun kindje begeleiden tot op de onderzoekstafel, zo hebben ze de gelegenheid die zeer technische en met allerhande toestellen gevulde ruimte eens te bekijken. 

Eenmaal het patiëntje op de onderzoekstafel ligt nemen de ouders afscheid van hun kindje. Ze gaan met een verpleegkundige het onderzoekslokaal uit en er wordt een plaats en een uur afgesproken waar de verpleegkundige de ouders zal ophalen na het onderzoek. Op het afgesproken uur zal de verpleegkundige zeker op de afgesproken plaats zijn: ofwel kunnen de ouders dan mee naar hun kindje, ofwel verloopt het onderzoek moeilijker dan verwacht en wordt er een ander uur afgesproken.

Als de ouders vertrokken zijn wordt begonnen met de voorbereiding van de narcose. Eerst worden alle niet pijnlijke voorbereidingen gedaan. Electrocardiogram, bloeddrukmeter, oximetrie (bepaling van de het zuurstofgehalte in het bloed) en temperatuurmeting worden aangelegd. Opdat het patiëntje het inbrengen van een infuus niet zou voelen wordt het door middel van een maskertje in een lichte narcose gebracht. Soms is het aanprikken van een ader bij een kind erg moeilijk en zien de ouders na het onderzoek meerdere aanprikplaatsen bij hun kindje. Een goed infuus is echter nodig om het onderzoek zo veilig mogelijk te laten verlopen, en het kind voelt helemaal niets van het (eventueel herhaaldelijk) prikken. Via het infuus wordt nu de medicatie toegediend om het kindje in diepe narcose te brengen, hierbij wordt ook een medicament toegediend dat de spieren van het patiëntje verslapt zodat het zelf niet meer ademt. Daarom wordt het patiëntje kunstmatig beademd door een beademingstoestel via een buisje dat langs het neusje of de mond in de luchtpijp van het patiëntje gebracht wordt. Het kindje is nu onder volledige narcose en wordt geïnstalleerd voor de eigenlijke catheterisatie. Soms wordt er een tweede infuus aangeprikt, de armpjes worden comfortabel boven het hoofdje gelegd, soms wordt er nog bijkomende meetapparatuur aangelegd en kinderen jonger dan twee jaar worden met een warmeluchtsysteem opgewarmd. Tenslotte worden de röntgentoestellen (nodig om het patiëntje te doorlichten en opnames te maken) boven en naast het patiëntje geplaatst. Het beeld van een klein kindje tussen grote röntgentoestellen, met meerdere leidingen verbonden aan diverse meetapparatuur is geen leuk gezicht, zeker niet voor de ouders van het kindje. Heel die opstelling is echter nodig om het onderzoek in optimale en veilige omstandigheden te kunnen uitvoeren..

De eigenlijke catheterisatie kan nu beginnen. De liesplooi wordt ontsmet met Isobetadine ( een bruinkleurige ontsmettingsvloeistof) en het patiëntje wordt steriel toegedekt. Afhankelijk van het onderzoek prikt de kindercardioloog de ader of de slagader aan (soms zowel ader als slagader), en met een speciale techniek wordt er een kort buisje ( sheath )in het bloedvat gebracht. Via dit buisje kunnen de verschillende catheters in het bloedvat gebracht en naar het hart toe gevoerd worden. Alle bewegingen van de catheter worden radioscopisch gevolgd. Langs deze catheters worden dan de drukken en de bloedstalen genomen, wordt er een contrastvloeistof ingespoten of wordt de geplande behandeling uitgevoerd. Het catheteriseren zelf duurt tussen de 30 en 60 minuten, maar kan in bepaalde gevallen fors uitlopen. De ouders worden wel op het afgesproken uur geïnformeerd hoe lang het onderzoek nog kan duren.

Als de catheterisatie of de behandeling afgelopen is worden de catheters verwijderd. Ook het korte introductiebuisje (sheath) wordt teruggetrokken en op dat moment kan er, net zoals bij het verwijderen van de naald bij een bloedafname, een beetje bloed verloren worden. Om die bloeding te stelpen wordt er een paar minuten lichte druk op de aanprikplaats uitgeoefend. Als de bloeding gestopt is wordt de aanprikplaats nog eens ontsmet en met een steriele pleister afgedekt. Als ook de slagader werd aangeprikt wordt er een licht drukverband aangelegd. 

Het onderzoek is afgelopen en de narcosemedicatie wordt gestopt. Het patiëntje wordt snel wakker en als ook de spierverslappende medicatie is uitgewerkt gaat het kindje weer zelf ademen en kan het beademingsbuisje verwijderd worden. Nu mogen de ouders de onderzoekskamer binnen en ontwaakt het kind in de veilige aanwezigheid van de ouders. Het patiëntje wordt in bed gelegd en wordt onder begeleiding van de anesthesist en een verpleegkundige, samen met de ouders, naar de recovery gebracht, waar het onder voortdurende controle blijft tot het veilig is om weer naar de kinderafdeling of het dagverblijf te gaan. Het kindje mag na een uurtje een beetje drinken en als alles normaal verloopt een uurtje later eten. Het patiëntje blijft de eerste uren na het onderzoek wel in bed of rustig op de schoot van mama of papa. Bij een onderzoek via de slagaders geldt deze regel zelfs tot 

's Anderendaags. Afhankelijk van de ingreep kan het patiëntje nog de avond zelf of de dag na het onderzoek terug naar huis.

<klik hier om het fotoboek te bekijken>

<terug>

 

communicatie
professioneel