zwangerschap en contraceptie
Zwangerschap
Tijdens
en na de zwangerschap treden er, door de gewijzigde werking van
hormonen, vele veranderingen op in de bloedcirculatie.
Vanaf de
vijfde zwangerschapsweek is er een enorme toename van de hoeveelheid
circulerend bloed en bovendien is er een belangrijke daling van de
bloeddruk. Beide fenomenen samen zorgen ervoor dat de hoeveelheid
bloed die per minuut door het hart wordt uitgepompt met 30 à 50 %
stijgt. Tijdens de weeën en de bevalling zelf neemt deze pompfunctie
nog verder toe, de bloeddruk stijgt en het zuurstofverbruik verhoogt.
Na de bevalling komt er nog meer extra bloed in de circulatie terecht
en de belasting van het hart neemt nog meer toe. Het kan tot 1 week na
de bevalling duren eer de situatie weer genormaliseerd is.
Men kan
dus stellen dat zowel zwangerschap als bevalling een grote extra
inspanning van het hart vergen. Dit kan bij patiënten met een
aangeboren hartafwijking tot ernstige problemen lijden, niet alleen
voor de moeder maar ook voor de baby. De aard en de ernst van deze
problemen zijn afhankelijk van de soort hartafwijking van de moeder,
het inspanningsvermogen, de hartfunctie en de eventuele belemmering
van de uitstroom uit de hartkamers. Het is daarom uitermate belangrijk
om een goede cardiale evaluatie uit te voeren vooraleer een mogelijke
zwangerschap te overwegen. Indien er nog restletsels aanwezig zijn,
kan het nodig zijn deze eerst chirurgisch te behandelen.
Bepaalde
medicijnen, vooral antistollingsmiddelen, kunnen belangrijke foetale
afwijkingen veroorzaken. Vooraleer over te schakelen naar andere,
minder schadelijke producten moeten de voordelen en de risico’s
hiervan goed overwogen worden.Zowel heparine als de orale
antistollingsmiddelen veroorzaken foetale sterfte en het percentage is
voor beide behandelingen vergelijkbaar. Het percentage aangeboren
afwijkingen bij het kind bedraagt echter 4 à 10 % voor orale
antistollingsmiddelen, vooral indien ingenomen tijdens de 6de tot 12de
zwangerschapsweek.
Internationaal
worden volgende richtlijnen gehanteerd:
Antistollingsbehandeling
tijdens de zwangerschap
1.
De beslissing om heparine of orale antistollingsmiddelen te nemen
tijdens de zwangerschap kan enkel worden genomen na discussie met de
beide ouders. Indien er verkozen wordt om tijdens het eerste
zwangerschapstrimester over te schakelen op heparine, moet men er
zich van bewust zijn dat heparine meer kans geeft op trombose en een
groter risico inhoudt voor de moeder. Elk risico voor de moeder is ook
een risico voor het kind.
2.
Bij patiënten die verkiezen om orale antistollingsmiddelen verder te
nemen, wordt de INR geregeld tussen 2 en 3 met de laagst mogelijke
dosis. Best wordt een lage dosis aspirine geassocieerd.
3.
Bij hoog-risico patiënten (voorgeschiedenis van trombo-embolie of
oudere generatie mechanische klep in mitralispositie) die geen orale
antistollingsmiddelen wensen te nemen, wordt gedurende het eerste
trimester continu intraveneus niet-gefractioneerd heparine toegediend
(streefdoel aPPT 2 à 3 maal uitgangswaarde). Nadien wordt
overgeschakeld op orale antistolling tot de 36ste
zwangerschapsweek.
4.
Bij laag-risico patiënten (geen voorgeschiedenis van trombo-embolie
of nieuwe generatie mechanische klep) die geen orale
antistollingsmiddelen wensen te nemen, kunnen behandeld worden met
subcutaan gefractioneerd heparine toegediend (dosis 17 500 à 20 000
U BID; streefdoel aPPT 2 à 3 maal uitgangswaarde).
Antistollingsbehandeling
tijdens en na de bevalling
1.
Orale antistollingsmiddelen moeten worden gestopt vanaf de 36ste
zwangerschapsweek. Ze worden vervangen door continu intraveneuze
heparine toediening.
2.
Als de arbeid toch start voor de behandeling met orale
antistollingsmiddelen werd beëindigd, moet een keizersnede worden
uitgevoerd.
3.
Indien er geen belangrijke bloedingen optreden, kan intraveneuze
heparine worden opgestart 4 à 6 uur na de bevalling. Orale
antistollingsmiddelen kunnen opnieuw worden gestart.
Zwangerschap
is absoluut tegen aangewezen bij:
Zwangerschap
is relatief tegen aangewezen bij:
Bij deze
hartafwijkingen betekent zwangerschap een risico voor moeder en kind.
Zeer strikte opvolging tijdens en na de zwangerschap is dan ook
levensbelangrijk.
Contraceptie
Aangezien
zwangerschap een erg grote invloed heeft op het functioneren van een
patiënte met een aangeboren hartafwijking, is een nauwkeurige
planning van de kinderwens in overleg met de cardioloog, gynaecoloog
en kinderarts noodzakelijk. Contraceptie vormt hierbij een belangrijke
hoeksteen. Welke vorm van contraceptie voor jou het meest geschikt is,
kan het best worden besproken met je gynaecoloog en cardioloog.
De klassieke
orale contraceptiva (“de pil”)
zijn erg efficiënt is het voorkomen van zwangerschap. Ze
zijn echter tegenaangewezen bij hypertensie en verhoogde
stollingsneiging. Ze zijn wel goed bruikbaar bij vrouwen onder
antistollingsmiddelen.
Over de vaginale
ring zijn nog weinig gegevens bekend, maar aangezien die ook
oestrogenen bevat is voorzichtigheid gebogen bij vrouwen met een
verhoogd risico op trombose.
Progestin
(“de mini pil”) kan gebruikt worden bij vrouwen met verhoogde
stollingsneiging doch de efficiëntie in het voorkomen van
zwangerschap is lager dan bij de gewone pil. Ze kan wel veilig
gebruikt worden na de geboorte bij vrouwen die borstvoeding geven.
Andere progestagenen zoals de prikpil en het implantaat
zijn veilig en mogen ook gebruikt worden bij vrouwen met een verhoogd
cardiovasculair risico.
Een intra-uterien
device (“het spiraaltje”) geeft een goede protectie tegen
zwangerschap. Omwille van het infectiegevaar mag het niet gebruikt
worden bij patiënten met een risico op endocarditis.
De barrière
methode (condoom of pessarium met spermadodend middel) is
bruikbaar voor iedere hartpatiënte. Ze is even efficiënt als een
intra-uterien device doch vergt veel discipline. Deze methode is dan
ook vooral bruikbaar voor korte termijn planning.
Het
endoscopisch afbinden van de
eileiders (“sterilisatie”) is natuurlijk de meest efficiënte
methode om zwangerschap te voorkomen. Ze is uitermate geschikt bij
vrouwen waarbij een zwangerschap absoluut te vermijden is, of indien
het gezin als volledig wordt beschouwd.
<terug>