![]() |
||||||
|
Woordenlijst
Angiografie: bij hartkatheterisatie worden contrastmiddelen in hart en bloedvaten ingespoten, zodat deze met radiografische technieken kunnen worden gefilmd. Aorta: grote lichaamsslagader. Aortaklep: klep tussen linker kamer en lichaamsslagader. Arterie: slagader, loopt van het hart naar de longen of het lichaam Arteriële drukcatheter: katheter in een slagader (in de pols of in de lies) om continu een bloeddrukmeting te kunnen registreren op het monitorscherm. Blaassonde : katheter die via de urineleider wordt ingebracht zodat de urineproductie (essentiële waardemeter van nierfunctie) voortdurend kan gemeten worden. Bradycardie : te traag hartritme (afhankelijk van de leeftijd) Centraal infuus: een cathetertje dat in grote ader (in de hals, lies of onder sleutelbeen) wordt ingebracht. Hierdoor kan medicatie rechtstreeks in het hart worden toegediend.
Coronaire arteriën : kransslagaders. Voorzien het hart van bloed. Cyanose: blauwe verkleuring van de huid door zuurstoftekort. Sporadisch optredende blauwe handen of voeten zijn meestal onschuldig evenals een zogenoemd "blauw masker". Een blauwe verkleuring van lippen, tong en romp zijn daarentegen een aanwijzing voor zuurstoftekort. Dilateren: uitzetten, breder maker. Diuretica: vochtafdrijvende medicatie, plasmedicatie. Dopplertechnieken: echografische techniek waarbij ultrasone geluiden vanuit een sonde uitgezonden worden en weerkaatst door de rode bloedcellen. De richting en de snelheid van de rode bloedcellen veranderen de eigenschappen van het teruggekaatste ultrasone geluid. Deze informatie wordt op het beeldscherm in curven weergegeven. Door het gebruik van bepaalde wiskundige formules kunnen hierdoor drukverschillen gemeten worden. Echocardiografie: met ultrageluidstechnieken worden het hart en de grote bloedvaten in beeld brengen. EKG: grafisch registreren van de elektrische stroom van het hart. Elektrofysiologisch onderzoek (EFO): via hartkatheterisatie worden de elektrische activiteit in het hart en eventuele ritmestoornissen onderzocht. Indien nodig is het mogelijk om overtollige geleidingsbanen te vernietigen Hartdecompensatie: toestand waarin het hart niet meer voldoende bloed kan rondpompen om in de noden van het lichaam te voorzien. Deze toestand kan te wijten zijn aan een aangeboren hartafwijking, maar ook aan een ziekte van de hartspier, aan een infectie,…. Hartkatheterisatie: na aanprikken van een bloedvat (meestal in de lies) worden kunststofbuisjes in het hart gebracht. Zo kunnen het hart en de bloedvaten beter worden gevisualiseerd en kunnen drukmetingen worden verricht. Inotropica: hartspierversterkende medicatie. Mitralisklep: klep tussen de linkerboezem en linkerkamer. Pulmonalis (arteria): longslagader Pulmonaalklep: klep tussen de rechterkamer en longslagader. Pulmonale hypertensie: te hoge bloeddruk in de longen. Als deze situatie te lang blijft duren worden de longvaten beschadigd en gaat hun spierwand verdikken. Eenmaal de beschadiging te ver gevorderd is, wordt ze onherstelbaar. Rashkind: bij transpositie van de grote vaten moet het de opening tussen beide boezems soms vergroot worden zodat zuurstofrijk en zuurstofarm bloed beter gemengd worden. Na aanprikken van een liesader of navelstrengader wordt een balloncatheter opgevoerd in het hart. Als de catheter de linker boezem bereikt heeft wordt de ballon opgeblazen en met kracht doorheen het boezemtussenschot naar de rechter boezem getrokken. Na enkele passages ontstaat een mooie scheur in het boezemtussenschot en is adequate menging van het bloed mogelijk. Hoewel spectaculair is het risico van deze ingreep laag. Tegenwoordig gebeurt de procedure op de neonatale eenheid onder echogeleide. Sternotomie: het openen van het borstbeen, midden vooraan op de borstkas Tachycardie: te snel hartritme (afhankelijk van leeftijd) Thoracotomie: het openen van de borstkas tussen de ribben onder de oksel Tricuspiedklep: klep tussen de rechtervoorkamer en de rechterkamer. Vena cava: grote holle ader die het bloed vanuit het lichaam naar het hart brengt. Er bestaat een vena cava superior die het bloed vanuit de bovenste lichaamsdelen draineert en een vena cava inferior die het bloed vanuit de onderste lichaamshelft draineert. Vene: ader, loopt van de longen of het lichaam naar het hart toe.
|
|||||
|
||||||