vakantie en reizen
Algemene
maatregelen
Het is
belangrijke dat kinderen met een aangeboren hartafwijking een zo
normaal mogelijk leven leiden. Op reis gaan maakt daar voor vele
gezinnen deel van uit. Het is zeker mogelijk om veilig te reizen met
uw kind, doch er dient gelet te worden op enkele belangrijke details:
-
Neem
steeds het patiëntenpaspoort mee. Het bevat een samenvatting van
de medische voorgeschiedenis van uw kind. De codes die gebruikt
worden om de hartafwijking te beschrijven zijn in Europa algemeen
gebruikt.
-
Neem
voldoende medicatie voor het volledige verblijf mee. Niet alle
medicijnen zijn in elk land vlot te krijgen.
-
Neem de medicatie mee in de handbagage. Zo
vermijdt U beschadiging of verlies.
-
Let er bij warm weer op dat uw kind voldoende
drinkt. Wees voorzichtig als het diarree krijgt of braakt, zeker
indien het plasmedicatie neemt. Soms is het nodig deze medicijnen
tijdelijk te stoppen om uitdroging tegen te gaan.
Vliegen
Voor de
meeste patiënten met een aangeboren hartafwijking is vliegen veilig,
zeker als er reeds een chirurgische correctie werd uitgevoerd.
Enkel bij patiënten met uitgesproken cyanose (“blauwheid”)
is vliegen tegenaangewezen. Is transport per vliegtuig toch werkelijk
noodzakelijk, dient er, tijdens de vlucht, zuurstof te worden
toegediend.
Tijdens
een vliegtuigreis bestaat er steeds een kans op het ontwikkelen van
een trombose. Frequent rondwandelen en stretchen vermindert de kans op
diep veneuze trombose van de onderste ledematen.
Bergvakanties
Als U een
verblijf op grote hoogte plant, moet er rekening mee gehouden worden
dat de zuurstofspanning in de lucht daar lager is. Zuurstof in het
bloed krijgen, kost daar dus meer moeite. Door het relatieve gebrek
aan zuurstof is er vaak een beperkter inspanningsvermogen. Als uw
kind een uitgesproken cyanose (“blauwheid”) heeft, zijn
bergvakanties op grote hoogten dus beter te mijden. Dit geldt ook voor
patiënten met een sterk verminderde hartfunctie of pulmonale
hypertensie.
<terug>