![]() |
||||||
|
pulmonaalstenose
Meestal hebben kinderen met deze afwijking nauwelijks klachten. Er is bijna altijd een hartgeruis dat uiteindelijk tot verder onderzoek zal leiden. Alleen pasgeborenen met een ernstige verdikking van deze klep vertonen symptomen. De diagnose wordt verkregen door een echocardiografie. Deze brengt de verdikte klep in beeld. Doppler-technieken laten ons toe het drukverschil over de klep te meten.
Het risico van de ingreep is zeer laag en er zijn weinig complicaties. Alleen bij pasgeborenen is de ingreep iets delicater. De resultaten zijn meestal zeer goed met volledige genezing bij meer dan 90% van de behandelde patiënten. Slechts uitzonderlijk is een tweede dilatatie nodig. In een klein aantal gevallen is de klep echter vergroeid en verdikt, maar eveneens zeer elastisch (dysplastisch). Meestal komt dat voor bij kinderen die ook andere afwijkingen vertonen zoals syndroom van Noonan. In die gevallen slaagt men er met ballondilatatie niet in de vergroeiing open te blazen. Enkel openhart chirurgie kan dan een oplossing bieden. Gelukkig zijn de risico's van dit type operatie laag en de resultaten goed. Na een geslaagde en tijdige ingreep verwacht men voor deze kinderen een normaal leven, sportbeoefening incluis. Indien er kinderwens is, is het belangrijk om de pulmonalisstenose te behandelen vooraleer een zwangerschap te laten aanvangen.
|
|||||
|
||||||