Pulmonale hypertensie (en Eisenmenger syndroom)
Bij pulmonale hypertensie of “hoge bloeddruk in
de longen” is de weerstand in de longbloedvaten verhoogd. Initieel
wordt dit veroorzaakt door het reactief samentrekken van de
bloedvatwand waardoor de opening in het bloedvat verkleint. In dit
vroege stadium kan men de bloedvaten nog doen ontspannen door het
toedienen van medicatie. Als de situatie langdurig blijft bestaan,
gaat de bloedvatwand verdikken (hypertrofieëren) waardoor de
opening in het bloedvat definitief nauwer wordt. Eens dit stadium
bereikt, is het niet meer mogelijk om de weerstand medicamenteus te
verlagen. Door de verhoogde longvaatweerstand moet de rechterkamer
een grotere druk genereren om het bloed naar de longen te pompen. De
spierwand verdikt en uiteindelijk gaat de rechterkamer ook uitzetten
(dilateren). Dit leidt opnieuw tot een achteruitgaan van de
rechterkamerfunctie en uiteindelijk tot rechterhartfalen.
Wat de oorzaak van pulmonale hypertensie betreft,
worden er meerdere groepen beschreven. Bij een eerste groep patiënten
is de pulmonale hypertensie het gevolg van een onderliggend
hartprobleem (Eisenmenger complex). Dit is vooral het geval bij
hartaandoeningen waarbij er heel veel bloed naar de longen stroomt
(bijvoorbeeld niet behandeld VSD, ASD, dubbel outlet rechter
ventrikel, …). Wordt het hartgebrek tijdig herkend en behandeld, zal
er geen evolutie optreden naar onomkeerbare pulmonale hypertensie. Bij
een tweede groep patiënten wordt de pulmonale hypertensie veroorzaakt
door ernstig longlijden, waardoor de zuurstofspanning in het bloed
steeds te laag is. Dit geeft eveneens een verdikking van de
bloedvaatwand in de longen. De behandeling in deze groep bestaat voornamelijk
uit het behandelen van de longproblematiek. Bij een derde groep patiënten
tenslotte kan er geen duidelijke oorzaak worden aangetoond. Men
spreekt dan van primaire of idiopathische pulmonale hypertensie.
Patiënten met pulmonale hypertensie hebben
vooral klachten van vermoeidheid en een verminderd
inspanningsvermogen. Als er een verbinding bestaat tussen het linker-
en het rechterhart zal, door de verhoogde drukken rechts, bloed van
het rechter (zuurstofarme) naar het linker (zuurstofrijke) hart
stromen. Bij deze patiënten ontstaat er blauwheid (cyanose).
Als de diagnose van pulmonale hypertensie wordt
vermoed, is een volledige uitwerking nodig om de ernst, oorzaak en
prognose te bepalen. Echocardiografie kan de rechterkamerafwijkingen
aantonen en met behulp van Doppler-technieken kan de longdruk worden
geschat. Hartkatheterisatie laat toe de druk in de rechterkamer en de
longvaatweerstand te meten. Het laat ook toe om te bepalen of de
pulmonale hypertensie nog omkeerbaar is of niet. Afhankelijk van het
klinisch beeld worden een ventilatie-perfusiescan, stollingsonderzoek
en longbiopsie uitgevoerd.
De behandeling van pulmonale hypertensie is
voornamelijk medicamenteus. Acute opstoten van pulmonale hypertensie
waarbij opname en beademing van de patiënt nodig zijn, worden
behandeld met inhalatie via het beademingstoestel van stikstofmonoxide
(NO). Chronische behandeling bestaat voornamelijk uit calciumblokkers,
Sildenafil (ViagraÒ)
of Bosentan (TracleerÒ).
Als er onvoldoende respons is op medicatie, blijft een hart- en
longtransplantatie de enige optie.
De prognose van deze pulmonale hypertensie is
afhankelijk van het stadium en de oorzaak. Als er een onderliggende
cardiale afwijking bestaat die chirurgisch kan gecorrigeerd worden,
is, mits de operatie tijdig wordt uitgevoerd, de pulmonale hypertensie
omkeerbaar. Is er echter al een evolutie naar Eisenmengercomplex, is
dit niet meer mogelijk. Bij primaire pulmonale hypertensie is het
proces steeds progressief.
Bij vrouwelijke patiënten is de aanwezigheid van
pulmonale hypertensie een ABSOLUTE contra-indicatie voor zwangerschap.
<terug>