Pacemaker
Waarom
een pacemaker?
Indien
het hart te traag klopt en niet in staat is om een normaal hartritme
te ontwikkelen, kan een pacemaker de functie van de sinusknoop of de
AV-knoop overnemen. Dit kan bijvoorbeeld bij congenitaal totaal
atrioventriculair blok of totaal atrioventriculair blok na
cardiochirurgie.
Wat
is een
pacemaker?
Een
pacemaker is een apparaatje dat de functie van de sinusknoop en/of de
AV-knoop overneemt. Het bestaat uit een batterij en één of twee
pacemakerelektroden. De batterij is een klein metalen doosje dat een
elektrische stimulus kan afgeven. Daarnaast bevat het ook elektronica,
te vergelijken met een kleine computer, die de pacemaker toelaat te
reageren op de inspanningen die van het hart worden gevraagd. De
pacemaker geeft zijn impulsen naar het hart via de elektroden die
zowel in als op het hart kunnen worden geplaatst. De ene pacemaker is
echter de andere niet. Er bestaan, afhankelijk van de oorzaak van de
ritmestoornis, verschillende soorten pacemakers. Bij de plaatsing
krijgt de patiënt een kaartje mee waarop alle belangrijke gegevens
vermeld staan.
Hoe
wordt een pacemaker geplaatst?
Het
inplanten van een pacemaker gebeurt bij kinderen steeds onder
volledige verdoving. Welke methode wordt gebruikt hangt vooral af van
de leeftijd van het kind. De batterij wordt in de buik of onder het
sleutelbeen geplaatst. Indien de elektroden op het hart
(“epicardiaal”) worden geplaatst, moet de borstkas worden geopend.
Deze plaatsing gebeurt door de hartchirurg. Indien de elektroden in
het hart worden geplaatst (“intravasculair”), gebeurt dit via de
grote aders in de schouder. Deze plaatsing gebeurt door de cardioloog.
Wanneer
moet een pacemaker vervangen worden?
De
levensduur van een batterij is afhankelijk van het gebruik. Gemiddeld
is dit 6 à 8 jaar. Het is erg belangrijk dat er iedere 6 maanden een
controle van de pacemaker gebeurt. Op deze manier kan men exact
voorspellen wanneer de batterij leeg zal zijn, zodat er op tijd tot
vervanging kan worden overgegaan. Bij kinderen gebeurt dit onder
algehele verdoving. Als er een breuk optreedt ter hoogte van de
elektroden, worden deze vervangen. Ze worden naast de vorige draden
geplaatst.
Waar
moet opgelet worden?
In
principe moeten er weinig maatregelen worden getroffen. Huishoudelijke
toestellen vormen geen enkele bedreiging voor de pacemakerelektronica.
Grote elektrische stromen of magnetische velden (zoals MRI) kunnen wel
ontregeling veroorzaken. Meestal worden deze toestellen aangeduid met
een teken “verboden voor pacemakers”. Telefoneren met GSM is in
principe mogelijk. Het is wel aan te raden het toestel zo ver mogelijk
van de pacemakerbatterij te houden. Controlepoortjes zoals op
luchthavens of in banken vormen geen probleem.
Sporten
en pacemaker
Contactsporten
zijn af te raden omdat hevige klappen de aansluiting van de elektroden
kan stuk maken.
<terug>