![]() |
||||||
|
heelkundige correctie van tetralogie van FallotBij tetralogie van Fallot opteert men doorgaans voor een vroegtijdige en totale correctie. Hierdoor krijgt men opnieuw een normaal functionerend hart met volledige scheiding van zuurstofarm en zuurstofrijk bloed. Als er echter in de eerste levensweken te weinig bloed naar de longen kan stromen, is het nodig vroegtijdig een andere chirurgische ingreep uit te voeren.
De Blalock-Taussig shuntWanneer het kind in de eerste levensmaanden vaak aanvallen van blauwe verkleuring (“cyanotic spells”) krijgt, kan men tijdelijk een Blalock-Taussig shunt aanleggen. Deze tussentijdse ingreep stimuleert de groei van de longslagadertakken door de verhoogde bloedstroom die er doorheen gaat. De definitieve corrigerende operatie wordt dan uitgevoerd tussen de leeftijd van 1 - 2 jaar. Wanneer er geen klachten zijn of wanneer de symptomen van blauwheid pas optreden tussen de leeftijd van 6 maanden en anderhalf jaar, zal men opteren voor een totale correctie zonder voorafgaande shuntoperatie.
Heelkundige techniek correctieDe correctie gebeurt via het openen van het borstbeen, midden vooraan op de borstkas (sternotomie) en met behulp van kunsthartcirculatie. Indien voorheen reeds een Blalock-Taussig shunt was geplaatst, wordt deze doorgehaald. Na aansluiting van de kunsthartcirculatie, wordt het hart tijdelijk stilgelegd. Er wordt een kleine insnede gemaakt in de rechter voorkamer. Doorheen de tricuspidalisklep wordt het VSD goed bereikt. Dit defect wordt gesloten met een kunststofpatch. Via dezelfde toegangsweg en via een insnede in de longslagader worden verdikte spierbundels in het rechterkameruitstroomgebied weggenomen. De longslagaderklep wordt, indien nodig, verbreed of gedeeltelijk of geheel weggenomen. Het smalle rechterventrikeluitstroomgebied wordt dan met een lange patch uit het eigen pericardweefsel (hartzakje) van de patiënt verbreed.
PrognoseNa de operatie treden soms hartritmestoornissen op, die meestal voorbijgaand van aard zijn. Soms moet het hart gedurende de eerste dagen na de operatie met medicatie ondersteund worden. Indien de longslagaderklep werd verwijderd, wordt dit meestal zeer goed verdragen, ook op lange termijn. Slechts 10 - 15 % van alle geopereerde patiënten moet later een vervanging van de longslagaderklep ondergaan wegens uitgesproken uitzetting van de rechterhartkamer. Dit is vaak slechts op volwassen leeftijd.
|
|||||
|
||||||