Marfan syndroom
Het Marfan syndroom is een relatief vaak
voorkomende erfelijke aandoening die veroorzaakt wordt door een
afwijking van het bindweefsel. Het syndroom gaat dan ook niet alleen
gepaard met hartafwijkingen maar beïnvloedt bijna het ganse lichaam.
Personen met Marfan zijn meestal erg groot en hebben vooral erg lange
ledematen. De vingers zijn lang en slank en de gewrichten te
beweeglijk. Ook ter hoogte van de rug en de borstkas kunnen
vervormingen ontstaan. Bij ongeveer 75% van de patiënten zijn er
oogafwijkingen aanwezig, onder de vorm van lensluxaties of
bijziendheid.
Cardiale afwijkingen maken meestal ook deel uit
van het klinische beeld van Marfan. Bij 75% van de patiënten vindt
men afwijkingen ter hoogte van de mitralisklep waarbij de klep
prolabeert en lekt. Bij kinderen is dit vaak het eerste teken van
cardiale aantasting bij het syndroom van Marfan.
De meest te vrezen complicatie bij het syndroom
van Marfan is progressieve uitzetting van de aortawortel. Dit kan
aanleiding geven tot aneurysmavorming met mogelijks dissectie (scheur
in de wand) of ruptuur (scheur naar buiten toe) tot gevolg. Ook als
gevolg van de uitzetting ken er lekkage van de klep ontstaan. De
aantasting van de aorta neemt toe met de leeftijd.
De diagnose van Marfan wordt gesteld op basis
van vastgelegde klinische criteria. Om aan de diagnose te voldoen is
een combinatie van criteria in verschillende orgaansystemen
noodzakelijk. Om deze criteria op te sporen zijn een aantal
onderzoeken noodzakelijk waaronder een klinisch onderzoek, een
echocardiografie, een grondig oogonderzoek, een scanner van de rug en
eventueel genetisch onderzoek. Echocardiografie met bepaling van
Dopplersnelheden kan de aard en de ernst van het kleplijden
aantonen. Dit onderzoek is niet alleen noodzakelijk voor de diagnose,
maar ook voor de verdere follow-up van de patiënten.
Aangezien het Marfan syndroom een erfelijke
aandoening is, is genetisch advies onontbeerlijk. Het syndroom van
Marfan wordt veroorzaakt door mutaties in het fibrilline1 gen (FBN1
mutaties). Er zijn tot op heden al meer dan 500 verschillende FBN1
mutaties ontdekt.
De behandeling van de cardiale afwijkingen van
het Marfan syndroom bestaat in eerste instantie uit een medicamenteuze
behandeling om de snelheid van uitzetting van de aortawortel tegen te
gaan. Indien de diameter een bepaalde grens overschrijdt, is
heelkundig ingrijpen noodzakelijk waarbij de aortawortel en - in geval
van klepafwijkingen - ook de klep wordt vervangen. De ingreep gebeurt
best "electief", dit wil zeggen op een moment dat rustig van
op voorhand kan gepland worden. In geval van dissectie of ruptuur is
uiteraard wel een dringende ingreep noodzakelijk, doch dit gaat met
een duidelijk hoger risico gepaard.
De prognose van Marfan syndroom is wisselend en
sterk afhankelijk van de aard en de ernst van de hartaantasting. Bij
vrouwen, zelfs met een milde cardiale aantasting, is de zwangerschap
een erg risicovolle periode. Een mogelijke zwangerschap dient dan ook
goed gepland en gevolgd worden, zowel door de cardioloog als de
gynaecoloog.
<terug>