kinderafdeling
onze dienst
psychosociale

Welke genetische defecten kunnen leiden tot een aangeboren hartafwijking?

Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen chromosomale afwijkingen en afwijkingen in één welbepaald gen (monogenische afwijkingen).

Chromosomale afwijkingen kunnen onderverdeeld worden in numerieke en structurele afwijkingen. Met numeriek verwijzen we naar afwijkingen in aantal, met structureel naar afwijkingen in structuur.

De meeste frequente en best gekende numerieke chromosoomafwijking is Down syndroom. Kinderen met Down syndroom hebben één chromosoom teveel. In totaal hebben ze 47 chromosomen. Voor chromosoom 21 hebben ze drie in plaats van twee exemplaren. Dit extra chromosoompje is ofwel vrij (we spreken dan van een trisomie 21) ofwel vastgehecht op een ander chromosoom (we spreken dan van een translokatie). Dit extra genetisch materiaal is de oorzaak van de mentale handicap bij deze kinderen. Het zorgt er ook voor dat ze een verhoogd risico hebben op een aangeboren hartafwijking. Vooral een AVSD komt vaak voor bij kinderen met Down syndroom. We moeten dus aannemen dat op chromosoom 21 tenminste één gen ligt die belangrijk is voor de vorming van het hart. Een extra kopij van dat gen kan dus nefast zijn voor ontwikkeling van het hart. Een hartonderzoek (echocardiografie) is één van de eerste onderzoeken dat een kinderarts moet aanvragen wanneer een kindje geboren wordt met Down syndroom.
Meer informatie omtrent Down syndroom:

http://www.downsyndroom.eu/

http://www.downsyndroom.nl/

Ook kleine structurele wijzigingen van chromosomen kunnen leiden tot een aangeboren hartafwijking. Meestal gaat het hier om het verdwijnen van kleine chromosomale segmenten. Men spreekt in dit geval van microdeleties. Bij een microdeletie zijn verschillende naburig gelegen genen op een bepaald chromosomaal segment verdwenen. Kinderen met een microdeletie vertonen vaak een mentale handicap in associatie met andere aangeboren afwijkingen zoals een hartgebrek. Vaak noemt men zo’n aandoening een syndroom. Voorbeelden zijn oa. het velocardiofaciaal syndroom als gevolg van een microdeletie op chromosoom 22 (http://www.vcfs.nl/over_vcfs/publicaties/publ_02/publ_02.htm), het Williams syndroom als gevolg van een microdeletie op chromosoom 7 (http://williams-syndroom.nl/), het Alagille syndroom als gevolg van een microdeletie op chromosoom 20.

Tenslotte kunnen defecten in één welbepaald gen (monogenische afwijkingen) ook leiden tot een hartafwijking, al dan niet in associatie met een mentale en/of fysische handicap (vb: mutaties in het TBX5 gen leiden tot het Holt-Oram syndroom, een aandoening gekenmerkt door afwijkingen van de ledematen en het hart)

 

<terug>

 

communicatie
professioneel