eenkamerhart met te veel longdoorbloeding
Eénkamerhart
is een verzamelnaam voor een aantal hartafwijkingen waarbij het
bloed naar lichaam en longen wordt gepompt vanuit één grote
gemeenschappelijke
kamer. Omdat er in normale omstandigheden een lagere weerstand heerst
in de bloedvaten van de longen dan in de systeemcirculatie, stroomt
het bloed preferentieel naar de naar de longen. Aanvankelijk stellen
deze kinderen weinig problemen omdat de verhoogde longvaatweerstand na
de geboorte het overaanbod aan bloed enigszins onder controle houdt.
Na enkele weken echter ontspannen de longvaten zich en vullen de
longen zich onder hoge druk met een overmaat aan vloeistof. Dit
veroorzaakt kortademigheid (snel en moeizaam ademen, vooral bij
drinken), het meest voorkomende symptoom bij deze kinderen.
De behandeling van deze afwijkingen bestaat
steeds uit meerdere chirurgische ingrepen. Aangezien deze groep van
complexe hartafwijkingen vaak samen met andere afwijkingen, worden
dan ook eerst een aantal van de meest voorkomende afwijkingen
onderzocht: chromosoomonderzoek wordt uitgevoerd. en nier- en
hersenaandoeningen worden echografisch nagekeken. In bepaalde
gevallen zijn de hartafwijkingen geassocieerd aan lateralisatie
afwijkingen. Samengevat heeft het lichaam dan twee rechterhelften
(rechter isomerie) of twee linkerhelften (linker isomerie) in plaats
van een linker- en rechterhelft. Uiterlijk ziet men aan deze kinderen
niets bijzonders, maar inwendig zijn er belangrijke afwijkingen. Bij
de rechter isomerie zijn er twee rechterlongen, een symmetrische lever
en is de milt afwezig. De milt heeft een belangrijke functie in ons
afweersysteem tegen ernstige bacteriële infecties zoals pneumokokken.
Kinderen met een rechter isomerie syndroom vertonen dus naast een zeer
ernstige hartafwijking dus ook nog een verminderde afweer en hebben
een veel lagere overlevingskans dan andere kinderen met éénkamerafwijkingen.
Chirurgisch dienen er verscheidene stappen te
worden ondernomen. In een eerste tijd wordt de situatie na de geboorte
kunstmatig hersteld. Er wordt een banding aangelegd rond de
longslagader. Deze kunstmatige vernauwing verhoogt de weerstand naar
de longen zodat er minder bloed in de longen terechtkomt. Deze zwellen
minder op en de kortademigheid komt onder controle. Bovendien ontstaat
er een drukverval tussen hart en longen zodat de bloeddruk in de
longen laag blijft, wat een essentiële voorwaarde is voor het
welslagen van de verdere operaties. Deze ingreep heeft, indien ze niet
wordt gecombineerd met andere, een laag risico.
Eenmaal kinderen de eerste operatie doorstaan
hebben en wat gegroeid zijn, worden de volgende stappen voorbereid.
Het hoofddoel is het bereiken van twee gescheiden circulaties: één
circulatie die het zuurstofrijke bloed vanuit de longen naar het
lichaam pompt en gebruik maakt van de hartkamer, en de andere die het
zuurstofarme bloed vanuit het lichaam naar de longen leidt zonder
tussenkomst van de hartkamer. Het bloed van het lichaam wordt door een
complexe samenwerking van hart en longen naar de longen “gezogen”.
Dat is de reden waarom men er na de geboorte moet voor zorgen dat de
druk in de longen laag blijft. Deze lage druk verhindert verdikking
van de longvaten zodat deze hun soepelheid behouden. Vooraleer men
veilig kan overgaan tot deze chirurgische stappen moeten de druk en de
weerstand ter hoogte van de longvaten gemeten worden. Tot nu toe kan
dit enkel met hartkatheterisatie. Enkel als de longdruk en
longweerstand laag genoeg zijn kan men tot de volgende twee stappen
overgaan.
Bij de eerstvolgende ingreep, de bidirectionele
Glenn of Hemi-Fontan procedure, wordt een verbinding gemaakt tussen de
bovenste holle ader (vena cava superior) en longslagader. Het
zuurstofarme bloed van de bovenkant van het lichaam wordt zo
rechtstreeks naar de longen geleid. Het bloed van de onderkant van het
lichaam komt nog steeds in de kamer van het hart en wordt gemengd bij
het zuurstofrijke bloed vanuit de longen. Deze operatie wordt meestal
uitgevoerd tussen de leeftijd van 6 maanden en twee jaar. Bij goede
selectie draagt ze een laag risico.
Bij
de laatste stap, de TCPC of Fontan procedure, wordt een verbinding
gemaakt tussen de onderste holle ader (vena cava inferior) en de
longslagader. Al het zuurstofarme bloed wordt nu vanuit het lichaam
rechtstreeks naar de longen geleid zonder menging in de kamer. Vanaf
nu zijn "linker"- en "rechter" circulatie
gescheiden. Initieel laat men nog een kleine verbinding open naar het
hart (een fenestratie). Dit is een soort ventiel dat verhindert dat de
druk in de aders na de operatie te hoog oploopt. Omdat dit
ventielsysteem nog voor een beperkte menging van zuurstofarm en
zuurstofrijk bloed zorgt en dus ook een matige cyanose, moet het
nadien soms via hartkatheterisatie met een paraplusysteem worden
gesloten. Bij goede selectie draagt de TCPC of Fontancirculatie
slechts een matig risico.
Indien de drie operaties goed verlopen zijn, kan
men bij de meerderheid van deze kinderen een behoorlijke
levenskwaliteit verwachten. De meesten zullen wel steeds een of andere
vorm van medicatie nodig hebben: aspirine of echte antistolling,
initieel ontwateringsmiddelen en hartondersteuning, medicatie tegen
ritmestoornissen. Zij kunnen naar school gaan en inspanningen doen op
eigen ritme. Zwangerschap wordt afgeraden wegens risico's voor moeder
en kind, maar is eventueel wel mogelijk indien goed begeleid. Bij sommigen echter zal de
hartwerking progressief verminderen. Dit zal zich o.a. vertalen in
ritmestoornissen, verminderd inspanningsvermogen of darmklachten. In
een aantal van deze gevallen zal enkel harttransplantatie een
oplossing kunnen bieden.
<terug>