![]() |
||||||
|
Congenitaal gecorrigeerde transpositie van de grote vaten of dubbele discordantie
Indien congenitaal gecorrigeerde transpositie van de grote vaten geïsoleerd voorkomt, treden er vaak slechts laattijdig of nooit symptomen op. De diagnose wordt dan meestal gesteld naar aanleiding van een hartgeruis of het optreden van ritmestoornissen (3de graads atrioventriculair-block). Indien de congenitaal gecorrigeerde transpositie van de grote vaten voorkomt als deel van een complexe aangeboren hartafwijking, treden de symptomen vaak op kort na de geboorte. De klachten zijn dan afhankelijk van de geassocieerde defecten. De behandeling van congenitaal gecorrigeerde transpositie van de grote vaten is afhankelijk van het tijdstip van diagnose en de geassocieerde hartafwijkingen. Indien ze met VSD voorkomt, kan er worden overgegaan tot een dubbele-switch procedure. Hierbij wordt het bloed op voorkamerniveau door middel van “baffles” omgeleid naar de juiste kamer. Ook de beide slagaders worden tijdens dezelfde ingreep omgewisseld en het VSD gesloten. Op deze manier wordt het normale circuit hersteld. Dit is een chirurgische ingreep met een matig risico. Soms is het nodig om de linkerkamer eerst te trainen voor haar nieuwe functie. Dit gebeurt door een eerste chirurgische ingreep waarbij een bandje wordt aangelegd rond de longslagader (banding). Indien haalbaar worden ook geassocieerde defecten hersteld. Vooral bij complexe aangeboren hartafwijkingen is het soms enkel mogelijk om over te gaan tot een éénkamerherstel (Fontancirculatie).
|
|||||
|
||||||