vasculaire ring
Zelden zijn hartafwijkingen de oorzaak van
aanslepende ademhalingsproblemen bij oudere kinderen, tenzij ze druk
veroorzaken op de luchtwegen. Hierdoor ontstaat een wisselende
vernauwing van de luchtpijp, waardoor ademen moeilijker wordt. Vooral
bij inspanning of infectie zullen de problemen verergeren.
Hartafwijkingen die dit veroorzaken worden samengebracht onder de
noemer “vasculaire ring”.
Normaal liggen aortaboog en longslagader vrij in
de borstkas en kruisen de luchtwegen slechts aan één zijde. Soms is
de aanleg van deze bloedvaten gestoord en lopen zij voor en achter de
luchtpijp. Ze vormen zo een ringstructuur die de luchtpijp en vaak ook
de slokdarm vernauwt. Afhankelijk van de strakheid van de
ringstructuur ontstaan ademhalingsproblemen op zuigelingen- of op
kinderleeftijd.
Verschillende anatomische afwijkingen presenteren
zich op verschillende leeftijden. Een eerste vorm reedt op bij
zuigelingen met stridor (luidruchtige in- en uitademing) en piepen.
Klassiek nemen de problemen toe met de leeftijd en gaan gepaard met
kortademigheid en voedingsproblemen. Een hartgeruis is zelden
hoorbaar. De meest frequente vormen van vasculaire ring op deze
leeftijd zijn de vasculaire sling en de dubbele aortaboog. Bij een
vasculaire sling loopt de linkerlongslagader achter de luchtpijp in
plaats van ervoor. Klassiek geeft deze afwijking een asymmetrisch
beeld op longradiografie (een opgeblazen grote long en een kleine
long).
Bij
een dubbele aortaboog bestaat er in plaats van één normale links
gelegen grote lichaamsslagader een rechter en linker
lichaamsslagader die de luchtpijp en slokdarm als een ring omgeven.
Typische klachten zijn een piepende ademhaling die verergert tijdens
de eerste weken tot maanden na de geboorte.
Grotere kinderen worden vaak doorverwezen owv
blijvende luchtwegproblemen en soms voedingsstoornissen die niet
goed reageren op de klassieke behandelingen. Een hartgeruis is zelden
hoorbaar. Bij deze kinderen vindt men vaak een rechts gelegen
aortaboog van waaruit het bloedvat naar de linkerarm achter luchtpijp
en slokdarm loopt. Deze slagader zit op zijn beurt met een ligament
vast aan de longslagader en deze combinatie vormt een ringstructuur
rond luchtpijp en slokdarm.
Omdat zowel luchtpijp als slokdarm door de vaten
samengedrukt worden, kan een eenvoudig onderzoek van de slokdarm de
diagnose reeds bevestigen. Een radiografie van de slokdarm gevuld met
een contrastvloeistof kan de vernauwing in de slokdarm door druk van
het bloedvat mooi in beeld brengen. Eventuele bijkomende onderzoeken
zijn: echocardiografie die soms de abnormale bloedvaten in beeld kan
brengen, fibroscopie waarbij men de kloppende vernauwing in de
luchtpijp kan bekijken, MRI die toelaat de grote slagaders in beeld te
brengen zonder contrast of straling en uiteindelijk angiografie bij
twijfel.
De behandeling bestaat steeds uit chirurgie. Bij
aortaboogafwijkingen volstaat een vrij eenvoudige operatie die
meestal via een sneetje in de zijkant van de linker borsthelft
uitgevoerd wordt en waarbij men het ligament of de overtollige linker
aortaboog doorsnijdt. Dit is geen open hartoperatie en het operatief
risico is zeer laag. Voor de abnormale linkerlongslagader moet een
klassieke open hartoperatie met openen van het borstbeen uitgevoerd
worden. Het risico van de operatie is laag.
Na behandeling kan men bij grotere kinderen een
snelle verbetering van de klachten verwachten. Sommigen blijven wel
gevoelige luchtwegen behouden, maar deze kunnen gemakkelijker geholpen
worden met klassieke medicatie. Bij jongere kinderen kunnen de
problemen nog gedurende een zestal maanden aanslepen. Nadien zijn ze
dan meestal definitief genezen. Alleen bij een deel van de zuigelingen
met een abnormaal verlopende longslagader kan een zodanige misvorming
van de luchtpijp bestaan dat zij na de operatie niet meer zelfstandig
kunnen ademen. Bij deze kinderen is er een verhoogd risico op
overlijden ondanks een geslaagde operatie.
<terug>