hypertrofe cardiomyopathie
Hypertrofe
cardiomyopathie is een afwijking van de hartspier, waarbij de wand van
één of beide kamers verdikt is en soms een verminderde functie
vertoont.
Meestal vertonen kinderen geen symptomen. Bij
ernstige aantasting echter zijn ze moe, kortademig en hebben een
verminderd inspanningsvermogen. Bij verdere evolutie treden er vaak
ernstige ritmestoornissen op.
Hypertrofe cardiomyopathie is meestal
aangeboren. Vaak komen er verscheidene patiënten voor in één
familie. Er zijn op dit ogenblik verschillende gendefecten gekend die
deze aandoening kunnen veroorzaken. Patiënten kunnen zowel geïsoleerd
hartlijden hebben als associaties met andere afwijkingen. Bekende
genetische afwijkingen met o.a. hypertrofe cardiomyopathie zijn de
Friedraich’s ataxie en het Noonan syndroom. Ook bepaalde stofwisselingsziekten
(metabole afwijkingen) kunnen gepaard gaan met hypertrofe
cardiomyopathie. Deze kinderen hebben meestal problemen op niveau van
verschillende orgaansystemen. Eén van de meer goedaardige vormen van
hypertrofe cardiomyopathie komt voor bij pasgeborenen van moeders met
diabetes mellitus.
De diagnose van hypertrofische
cardiomyopathie wordt gesteld door middel van echocardiografie. Om de
juiste oorzaak van de problematiek op te sporen worden eveneens
verscheidene uitwerkende onderzoeken uitgevoerd. Deze bestaan meestal
uit een uitgebreide bloedname, urinecollectie, neurologisch en
genetisch onderzoek, en eventueel MRI. In bepaalde gevallen zal er
worden overgegaan tot hartkatheterisatie met biopsie (klein stukje
hartspierweefsel wordt weggenomen).
De prognose van hypertrofische
cardiomyopathie is afhankelijk van de oorzaak doch meestal is het
proces onomkeerbaar. De behandeling is voornamelijk medicamenteus. Is
de evolutie niet te stoppen en nemen de klachten toe, wordt overgegaan
tot harttransplantatie.
<terug>